Duizend Treden

large (2)

Het lijken wel duizend treden omhoog. Nog een tree en nog een tree. Er komt geen eind aan. Mijn ademhaling wordt al sneller en ik voel mijn hart tegen mijn borstkas bonken. Rustig aan.
Mijn benen worden zwaar en langzaam klim ik omhoog. Om mij heen staan vele mensen. Verschillende mensen. Kleine mensen, grote mensen. Mensen met camera’s, want het zijn vooral veel toeristen. Iedereen komt hier voor het zelfde. Net als ik.
Turend kijk ik in het rond, terwijl ik op adem probeer te komen. Wat een klim.
De straten spreiden zich voor mij uit. Ik zie een klein winkeltje dat net dichtgaat. Verderop zie ik een zee van lichtjes. Het duizelt mij. Net zoals deze treden. Ondanks dat het al laat is, barst het hier nog van het leven. Onder aan de treden staan straatverkopers naïeve toeristen te bestelen. Daar zit een stel romantisch van een wijntje te genieten. Verderop zie ik een bekend gebouw. Een rivier probeert zich slingerend een weg te vinden door de drukke stad. Wat een drukte.
Nu de avond zijn intreden heeft gedaan, wordt het vrij koud. Er waait een coole wind die de kippenvel op mijn arm doet verschijnen. Ik knoop mijn jas dicht. Mijn chique jas, want dat hoort er bij. Net zoals de keurige hakken aan mijn voeten. Onpraktisch voor deze trap, maar het past erbij. Genoeg gedwaald, verder omhoog.
Ik neem nog een tree. Hij valt mij zwaar. Had ik toch maar de lift genomen! Sneller boven, sneller genieten van het uitzicht. Hopelijk is het mijn moeite waard. Dat uitzicht. De stad was het al waard. Twee kinderen schieten voor mijn voeten langs en rennen met een rap tempo de treden af. Ik zie het fout gaan, straks vallen ze. Ze horen sowieso al in bed. Het stoort mij. Zij schijnen nergens last van te hebben. De trap is voor de twee kleintjes geen moeite. Word ik oud? Of moet ik gewoon meer gaan sporten. Nog een tree.
Ik ben hier alleen. Niemand wilde met mij mee deze trap op. Verder op, hoog boven mij uit torende  staan mijn vrienden. Ik zwaai en zij zwaaien terug. Ik hoef nog maar een paar treden tot ik boven ben en het gaat mij nu makkelijker af. Ik klim en ik klim en ik klim. Nog een tree.
Hijgend en licht transpirerend sta ik nu boven aan de trap. Ik draai mij langzaam om.
Daar ben ik dan. Parijs. Mijn Parijs.

 

Leave a Reply